Je kunt meer dan je zelf denkt

Ik voel me feestelijk. En het opvallende is dat ik dat voor mijn gevoel niet zelf doe, maar dat mijn lijf en mijn hoofd dat – zo lijkt het althans – uit zichzelf aangeven.
Aanleiding is dat het nu een jaar geleden is. Een jaar geleden, dat ik in de periode van burnout mijn beslissing nam om niet met mijn toenmalige baan verder te gaan. Toen nog niet wetend waar het naartoe zou gaan, maar wel wetend dat het anders moest. En dit betekende voor mij het keerpunt, de start van mijn nieuwe leven.

En ik verbaas me er nog steeds over. Over het hele proces. Over hoe veerkrachtig en flexibel je als mens blijkbaar bent. Hoe je in staat bent om van een schim van jezelf, weer jezelf te worden (of eigenlijk Jezelf 2.0 :)), er weer uit te klimmen, nieuwe energie te vinden en je leven weer vorm te geven. Een nieuwe vorm. Een betere vorm.

Deze verbazing en waar ik nu sta, doen me denken aan een geweldige reis die ik nu zo’n anderhalf jaar geleden gemaakt heb. Vóór de Kilimanjaro. Mijn fietsvakantie door Zuidelijk Afrika. Een droomreis. De combinatie van fietsen en Afrika was voor mij ultiem. En dat 4 weken lang. Ook hier zat het, vanaf het moment dat ik de reis geboekt had, in mijn hoofd. Maar anders dan bij de Kili. Want fietsen kon ik wel. En je had voor deze reis slechts een ‘gemiddelde’ fietsconditie nodig. En die had ik. Dus geen zorgen. Ik stortte me op de aanschaf van de materialen en stelde mijn koffer zorgvuldig samen. Dat fietsen kwam wel.

In september was het zover. Na een paar dagen Victoria Falls gingen we op weg naar Botswana. Bij de inleiding op de avond voor de eerste fietsdag kregen we te horen dat we per dag gemiddeld 80 km zouden fietsen.
Eeh… Wacht even. Ik zat ineens rechtop.
Ik fietste nooit 80 km. Dat was voor mijn gevoel ook niet echt gemiddeld. De reis leek ineens iets minder ultiem.
Maar ik had niet veel keus, dus het was opstappen en trappen dan maar..

En wat was het gaaf. De ervaring. De omgeving.
Een lange, rechte snelweg dwars door Botswana.
Ja 🙂 Een snelweg. Op de fiets. Met in de berm af en toe verbaasd kijkende olifanten en giraffen. En op bepaalde stukken langsrazende auto’s.
Het was onwerkelijk, maar ik fietste, door mijn Afrika.
Ik rook het land, ik proefde het land, ik zat in het land. Heerlijk!

Maar het fietsen was pittig. Dag in dag uit 80 km trappen. Iedere dag ging het de eerste tientallen kilometers goed, maar dan begon het. De zadelpijn, de kramp in mijn benen. En dit waren pas de eerste dagen!
En de extra uitdaging was nog dat ik met merendeels zeer ervaren fietsers was, die hun hand niet omdraaiden voor 80 km en die vaak voor hun lol nog een paar tientallen kilometers extra fietsten. Dus.

En wat was ik iedere keer blij als we de oranje truck in de verte zagen. Want dat betekende pauze. Even stoppen. Even op adem komen. Je benen los schudden.

Het opstappen was daarna dan weer even slikken. Weer in het ritme komen. Je zit vinden. Je benen op gang helpen. Eerlijk is eerlijk, ik heb die fiets af en toe wel het een en ander toegewenst.
Maar tegelijkertijd was opgeven geen optie. Dat zeker niet. Ik kon halverwege een dagtocht in de truck stappen en meerijden, maar dat was mijn eer te na en wilde ik gewoonweg niet. Ik wilde in Afrika fietsen, dan zou ik in Afrika fietsen.

En na de rechte ‘goed’ geasfalteerde snelweg van Botswana, volgde de volledige leegte van Namibie. Over stoffige, zanderige wegen. Door vlaktes waar je niets zag voor zover je kon kijken. Volledige stilte. Volledige leegte. Alleen jij. Je fiets. En je eigen trapbeweging.

Wat was dit bijzonder, wat was dit intens en wat voelde ik me één met de natuur. Het voelde geweldig, want hoe erg de kramp en pijn in mijn benen ook was, het was mijn eigen kracht, het waren mijn eigen benen die ervoor zorgden dat ik vooruit kwam, dat ik me voortbewoog in dat volledig lege landschap. En dat ik iedere dag toch weer het eindpunt bereikte.

En toen, volledig onverwacht, na ongeveer anderhalve week, was het er. Na anderhalve week – waarin ik genoten, maar geploeterd heb, waarin mijn benen regelmatig dienst wilden weigeren, maar waarin ik ze dwong door te trappen – was het er. Ik stapte op een ochtend op de fiets en mijn benen begonnen te draaien. En hielden niet meer op. Over zand, over stevige hobbels, met straffe tegenwind, in de zinderende zon. Maar ik hield het bij, mijn benen hielden het bij. Ze hadden het ritme te pakken. Ik fietste mee en de weg gleed onder me door. Het ging! Zelfs een dag waarop we geen 80, maar 120 km moesten fietsen, ben ik na 120 km pas van mijn fiets gestapt. 120 km? Ja! Het voelde ongeloofijk, maar geweldig. Het kippenvel stond, ondanks de hitte, regelmatig op mijn armen.

En wat was het Afrikaanse landschap bijzonder en mooi. De Nambische duinen, de woestijn, het zand, de dieren, de goudgele wuifende grasvelden die ik me nog zo goed herinnerde van een vorige reis met een truck. Maar waar ik nu doorheen fietste. En nu op een manier dat mijn benen en ik er volledig van konden genieten!
Wat een geweldige reis.

.             

En na 4 weken fietsen, doorkruizen van het prachtige Afrikaanse landschap, slapen onder de meest heldere sterrenhemels, dag in dag uit voortpedalerend op eigen kracht door dit machtige continent, na 4 weken had ik 1600 kilometer gefietst. 1600. Ongelooflijke. Kilometers.
Ik geloofde de teller niet. Maar alles optellend, moest het kloppen. 1600 kilometer. Ik bleef het voor mezelf herhalen. Ik had het gefietst. Iedere kilometer. Ik stond versteld van mezelf.

En sinds mijn ‘keerpunt’ heb ik ook weer aardig wat kilometers afgelegd. Moeizaam op gang komend, maar inmiddels weer op volle kracht draaiend. Met een prachtige berg tussendoor en een geweldige stand op de teller. En mijn hoofd en mijn lijf helpen me aan al dit moois herinneren door het feestelijke, gelukkige, maar vooral intens dankbare gevoel wat ik heb.

En door dit proces, de fietstocht, de Kili, besef ik pas goed waar je als mens toe in staat bent. Waar ik zelf toe in staat ben. Tot zoveel meer dan ikzelf denk.

En ja, best vaak kom je eerst maar moeizaam op gang. Is het ploeteren, je zit zoeken, je benen dwingen te blijven trappen terwijl je de neiging hebt te stoppen.
Maar na een tijdje – op een moment dat je het helemaal niet verwacht – gaat het ineens. Loopt het. Heb je je zit gevonden en blijven je benen draaien.
En het mooie is, dat het jouw eigen kracht is, het zijn jouw benen die ervoor zorgen dat je vooruit komt. En dan kun je zomaar 1600 kilometer fietsen. In welke vorm dan ook.

Je kunt zoveel. Zoveel meer dan je zelf denkt.

4 gedachtes over “Je kunt meer dan je zelf denkt

  1. Wat fijn, dat feestelijke gevoel ! Dankzij een zware fietstocht en zware bergbeklimming heb je heel goed ervaren waartoe een mens in staat is. En wat heeft dat een positief effect op waar je nu staat ! Wil.

  2. Dat klopt Wil! Naast dat het geweldige avonturen zijn, zijn het ook zulke mooie metaforen voor het leven..
    Liefs,
    Annemieke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.