Het dak van Afrika, deel 2

Slechts drie weken ben ik terug van de Kilimanjaro. En wat is het toch apart dat het enerzijds alweer zo lang geleden lijkt. Maar dat ik anderzijds, door onverwachte dingen, ook zomaar weer op de berg sta.
Zaterdag was ik voor het eerst weer aan het hardlopen. Vanuit het bos liep ik het open veld in en daar woei een stevige, koude wind. En ik was gelijk terug op de topdag, in de hoogte, in het donker.

De berg is dichterbij dan ik zelf denk. En dat gevoel koester ik. Want wat was de tocht een aaneenschakeling van prachtige ontdekkingen, inzichten en parallellen. Naast een fantastische reis en een prachtige opbrengst voor de oorlogskinderen, heb ik zoveel geleerd. Voor mezelf. Over mezelf. Lessen die voor de klim al begonnen waren, zijn op de berg letterlijk bevestigd. En verdiept.

Ik ben niet voor niets burn out geraakt. Ik ben aan veel dingen volledig voorbij gegaan. Aan mezelf. Aan het nu. Aan mijn grenzen.
En wow. Op de Kili moest ik juist het tegenovergestelde toepassen om de top te halen. Hoe mooi is dat?

In het laatste jaar was ik een ster in overal zijn, behalve in het moment. Continue druk met verleden, met toekomst, met van alles behalve het nu.
Op de berg was ieder uur, iedere dag er één. En die had steeds zijn eigen uitdaging. Vooruitkijken en je zorgen maken over wat er ging komen, had geen zin. Het enige dat ik wist en waar ik wat mee kon, was het hier en nu, dit moment, dit stuk van de berg. En het enige dat ik daar kon doen, was stap voor stap mijn ene voet voor de andere zetten.
Op de topdag werd dat zelfs nog sterker: boven me zag ik steeds de lampjes van de groep en ik wist dat ik naar die hoogte moest. Maar ik heb mezelf gedwongen daar niet naar te kijken. De meter voor me, dat was meer dan genoeg. Ik wist tenslotte niet hoe het verderop zou zijn en ik wist niet hoe ik me verderop zou voelen. Ik kon me beperken tot waar ik was, tot waar het licht van mijn hoofdlamp scheen. De rest was te ver weg en onbekend. En wát een vrijheid om me daar niet druk over te maken.

In dat jaar rende ik ook lekker door, geen tijd om te stoppen. Mijn hoofd was volledig leidend. En mijn lichaam ‘slechts’ het instrument om alle taken te doen en me te brengen waar ik heen moest.
Op de berg konden mijn gedachten het niet winnen, mijn lichaam was leidend. Dat gaf aan of ik verder kon, sneller of langzamer moest of dat ik pauze of eten of drinken nodig had. Mijn lijf wist exact wat ik nodig had en op de berg kon ik niet anders dan er naar luisteren. En wat een geweldige leidraad is dat! Want ook al viel er een gat doordat mensen voor me sneller liepen – en hóe groot is de neiging dat gat direct te dichten – ik moest dat gat laten vallen. Want ik had simpelweg de lucht er niet voor mijn tempo te versnellen. Ik kon alleen mijn eigen ademhaling volgen en voelen of het nog goed met me ging. Dat bepaalde hoe ‘snel’ ik mijn ene voet voor de andere kon zetten. En dat was de enige graadmeter.

Mezelf wegcijferen en grenzen aangeven was er nog eentje. Als ik moe was, te gespannen of als het niet goed met me ging, ja, natuurlijk voelde ik dat, maar dat uitspreken? Neuh.. Ik kon altijd door, even gauw een bammetje achter mijn computer, werk moest af, een teamlid moest me spreken, mijn mail moest beantwoord worden. En zeggen dat het misschien teveel was of dat iets niet uitkwam, dat kwam niet in me op.
Op de berg was je verplicht om aan te geven hoe het met je ging of waar je behoefte aan had. Uitspreken! En niet denken dat je duidelijk uitstráált dat je je niet ok voelt (en ik denk dat heel goed te kunnen ;)). Nee. Hardop zeggen. Dat werkt. Pas dan kunnen mensen op je reageren. En dan blijk je helemaal geen aansteller te zijn, geen loser, maar gewoon een mens.. En door het uit te spreken, krijg je waar je behoefte aan hebt. En hoe fijn is dat.

En wat kon ik het allemaal ook altijd goed alleen. Hulp vragen was op zijn zachtst gezegd niet mijn sterkste kant. Ik wilde anderen niet lastig vallen, voelde het als falen of kon het gewoon niet uit handen geven door, jawel, daar istie weer, de controle..
En op de berg heb ik daarin mijn grootste overwinning behaald. Op de topdag, na ongeveer 10 minuten lopen, merkte ik dat mijn rugzak niet goed zat. Hij hing zwaar op mijn schouders en benam me daarmee letterlijk de adem. En wat vond ik het moeilijk een ander te belasten, maar daar, na gepruts en gestoei in het donker, heb ik een gids gevraagd mijn tas over te nemen. Zonder aarzelen, want ik wist dat ik dat nodig had om de top te halen. En ik gaf er gehoor aan. Ik stond met open mond naar mezelf te kijken. Maar wat voelde dat goed. En door hulp te vragen en mijn ballast af te geven, heb ik de top, het doel gehaald..

De Kilimanjaro.
De berg die me 5 maanden bezig heeft gehouden. De berg waar ik een week op heb mogen toeven. De berg die me nooit meer zal loslaten. De berg die – in al zijn facetten – kwam op het juiste moment. De berg waar ik een periode heb afgesloten. En een nieuwe periode ben begonnen.
En hoe.

Zoals ik al schreef: de lessen die al gaande waren, ze zijn bevestigd, ze zijn verdiept. Ik ga weer zoveel rijker verder, de toekomst in. En apen en beren springen altijd nog op de weg, genoeg, maar ik weet ze steeds beter te temmen. Want ik begin te geloven in mezelf. Stap voor stap.
En dat is de állermooiste les die ik had kunnen krijgen.

4 gedachtes over “Het dak van Afrika, deel 2

  1. Dank je wel weer voor je prachtige verhaal. Ik blijf je volgen op je tocht.
    Liefs Hilde

  2. Wauw, mooi en al ben ik nooit verder gekomen dan Iljen, zo herkenbaar het deel voor de berg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.