Het dak van Afrika, deel 1

Een schreeuw vanuit mijn tenen en 5 minuten heftig snikken, gecombineerd met een brede lach en een onoverwinnelijk gevoel.
Dat gebeurde er op 5895 meter hoogte na een klim van 8 uur, waarvan 6 uur in het donker. Wat een gevoel, wat een beleving, wat een intense emotie. Een moment om nooit te vergeten.

2 weken geleden reden we bepakt en bezakt naar de gate van de Kilimanjaro. Iedereen lachend, maar ook gespannen, in afwachting van wat er komen ging.
Onderaan de berg ontmoetten we de 110 (!) guides en porters die ons naar boven zouden begeleiden. Het bleek een geoliede machine die gelijk begon met het ordenen van onze bagage. Ze zouden onmisbaar blijken tijdens de hele week die zou volgen. Wat een ongelooflijke bergen aan werk hebben deze mannen verzet, zodat wij in staat waren de beklimming te doen. Een diepe, diepe, buiging…

Ondertussen maakte ik de vlag aan mijn tas vast. Een eer die me de vorige dag ten deel was gevallen.
Iedere dag zou er door middel van nominaties vanuit de groep één iemand gekozen worden om de vlag te dragen. Bij de uitleg noemde iemand van de groep spontaan mijn naam. Door de weg die ik het afgelopen jaar had afgelegd. De groep viel bij en daarmee was besloten dat ik de War Child vlag op dag 1 naar boven mocht dragen.
Wow. Kon de reis mooier beginnen?

Ik mocht ook de klim ‘openen’ met wat korte woorden voor de groep en een flinke yel, waarbij het kippenvel over mijn lijf ging. Ik was er, ik stond hier aan de voet van de Kilimanjaro, na 5 maanden voorbereiding, met 29 anderen. En de klim stond op het punt te beginnen. Spanning, verwachting, excitement, emotie, alles stroomde door mijn lijf. En vlot daarna zetten we onze eerste voetstappen op de berg. Stap voor stap. Richting de top.

De eerste dag liepen we door het regenwoud. Groener dan groen, met af en toe een felgekleurde bloem, geschreeuw van apen, een tropische regenbui en een goed te lopen pad. Een prachtige eerste dag om te wennen aan elkaar en aan de berg. Verrast kwamen we aan het einde van de dag aan op het eerste kamp, waar alles al voor ons klaar stond.
En vanaf toen kwamen we in het bijzondere ritme van de beklimming.

Iedere dag begon ‘s ochtends vroeg met een wekservice door onze gidsen. Altijd met een lach, een vriendelijk woord en met de vraag wat we wilden drinken. Een heerlijk warm kopje thee in de tent behoorde tot het ochtendritueel, wat een ongekende luxe! Het korte gesprekje bleek later ook bedoeld om te checken hoe het met iedereen ging: had iedereen goed geslapen, was iedereen nog helder?


De nachten waren gedenkwaardig: koud, gevuld met hazeslaapjes (dat hoort bij de hoogte) en na een keer omdraaien was ik vaak buiten adem. Een vreemde gewaarwording. Daarnaast was het gesprek van het ontbijt altijd hoe vaak iedereen ‘eruit’ was geweest. Vanaf het begin werd op ons op het hart gedrukt veel te drinken, en dan bedoel ik ook véél.. 5-6 liter per dag was een must. En ja, daar hoort dan zowel overdag als ‘s nachts een regelmatige stop bij. In de nacht hoorde je vaak de ritsen van tenten open- en dichtgaan en besefte je dat je niet de enige was. Ik gebruikte een briljante uitvinding: de plastuit, waardoor ik mijn tent niet uit hoefde, maar wat een onderneming ‘s nachts in je koude tentje!

Na het kopje thee was het binnen het half uur aankleden, tas inpakken en in de benen. Buiten lagen al zeilen klaar waar we onze duffels op konden zetten en een apart zeil voor onze dagrugzakken. De mannen hadden het allemaal al keurig voor ons klaar gelegd. Daarna was het in een grote lang tent aanschuiven aan het ontbijt. Ongelooflijk wat we allemaal voorgeschoteld kregen: een soort pap – en eerlijk is eerlijk, het had de smaak van nat karton, maar was voedzaam! -, brood, fruit, thee, omelet, enzovoort, enzovoort.
Na het ontbijt was het klaarmaken voor de tocht: insmeren, tas controleren, een laatste toiletstop en op pad. Na 6, 7, 8 uur klimmen, afhankelijk van de dag, kwamen we aan in het volgende kamp. En ongelooflijk maar waar, iedere dag waren de dragers – die vaak na ons vertrokken – al lang op het kamp en stonden tenten, eettent, toiletten al klaar en waren de mannen al druk bezig met koken. Helden!
Na aankomst konden we al dan niet even rusten, van het uitzicht genieten, foto’s maken, bijpraten of stil zijn, om vervolgens de eetttent in te schuiven. En wat een maaltijden! Ik realiseerde me terdege dat alles te voet de berg op was gedragen en kreeg meer en meer respect voor deze ongelooflijk hard werkende mannen.
Na het eten kregen we de briefing voor de volgende dag en doken we we daarna allemaal vroeg ons tentje in. Vaak na wel uitgebreid de tijd te hebben genomen om ademloos te kijken naar de meest schitterende sterrenhemels.

Overdag was het klimmen, genieten, rond kijken, op je ademhaling letten, op je voeten letten en je verwonderen over de geweldige uitzichten waarop we getrakteerd werden. We liepen met zon en regen, door regenwoud en over vulkanisch gesteente, gewoon lopend maar ook klimmend en klauterend over grote rotspartijen. Ieder dag wat hoger, iedere dag wat langzamer door het ijler worden van de lucht. En na twee dagen bewogen we ons boven de wolken. Een ongekend rijk gevoel. En steeds maar dat uitzicht op die magische top, deels bedekt met sneeuw. Eerst nog ver weg, maar iedere dag een stukje dichterbij. En we bleven ons afvragen hoe we daar ooit moesten komen.

De groep bewoog zich als een lint zigzaggend de berg op en bewoog ook steeds meer naar elkaar toe. We hebben gezellig gekletst, bijzondere gesprekken gevoerd, in stilte gelopen, handen behulpzaam uitgestoken, geknuffeld, armen om schouders gelegd, gelachen en gehuild. Zoals iemand aangaf na terugkomst: wat een voorrecht om daar deel vanuit te maken!

Een vreemde tegenstelling vormde het feit dat je tijdens de klim echter ook heel erg met jezelf bezig was. Jouw eigen lichaam, jouw eigen ademhaling was de leidraad van hoe snel je kon lopen. Als de mensen voor mij sneller gingen lopen, voelde ik zelf of ik dat bij kon benen of dat ik op mijn eigen tempo moest blijven lopen. Als ik sneller ging, dan wat mijn lichaam aangaf, kreeg ik dat later hoe dan ook terug. En naarmate we hoger kwamen, werd het tempo langzamer, bijna in slowmotion. Een ongekend idee hier thuis met al onze haast, onze stress en ons rennen. Maar daar kan je niet anders en voelt het alleen maar heel goed. Wat een manier van onthaasten!

De dagen daarna volgden prachtige, maar ook pittige, klimdagen met als uitspringers de klim naar Lava Tower – een tocht door een Harry Potterachtige omgeving met slechts rotsen en mist – naar een hoogte van 4600 meter (gelijk aan de Mont Blanc) en de beklimming van de beruchte Barranco Wall, een loodrechte muur van 250 meter die vanaf het kamp voor ons opdoemde. Maar wat bleek het een magnifieke klim.

En ja, na deze dagen kwam hij als vanzelf: D-Day.
De dag van de toppoging. Een dag waar we tegenop zagen en waar we naar uit keken.

In de ochtend hadden we eerst nog een behoorlijk klim naar het laatste kamp vóór de top. Enigszins gespannen kwamen we daar aan en probeerden in de middag maar wat te rusten, maar allemaal waren we in gedachten bezig met de avond. Wat stond ons te wachten? Na een vroege avondmaaltijd gingen we rond 19.00 uur ons tentje in om nog een paar uur slaap te pakken. En gek genoeg, ondanks de spanning, lukte het toch om iets te slapen, met de wijze raad van onze expeditieleidster in mijn achterhoofd: “Slaap je niet, dan rust je toch”.

4 uur later werden we gewekt en begon de enorme aankleedpartij. Zeven lagen over elkaar moesten me beschermen tegen de kou en de wind. Als Michelinmannetjes zaten we aan het ‘ontbijt’ en veel kregen we niet door onze keel. Om 00.00 uur begaven we ons op weg: dik aangekleed, met rugzak en hoofdlamp. Als een slang achter elkaar aan. Het eerste stuk met een behoorlijke klimpartij, maar vervolgens een wat meer ‘egale weg’, maar: continue omhoog.
Het werd de meest bizarre en meest prachtige nacht van mijn leven tot nu toe. In het volslagen donker liep ik stap voor stap achter mijn gids, mijn held aan: Jonas. Af en toe keek ik omhoog naar waar de andere lampjes liepen en vroeg ik me af hoe ik daar in vredesnaam moest komen. Daarna concentreerde ik me weer gauw op mijn eigen lopen, alle besef van tijd en ruimte kwijt. Het enige dat telde was de meter in het licht voor me. Verder kon en wilde ik ook niet denken. Tussendoor namen we de nodige korte pauzes, met een kopje warme thee (!), een energiereep en in de megakou (gevoelstemperatuur minus 17) een snelle toiletstop en daarna weer door. Onderweg zag ik steeds de gezichten van de kinderen van War Child als buttons op de rugzak van mijn gids gespeld en voelde ik de handen van mijn vele sponsors, de mensen die me thuis zo’n hart onder de riem hadden gestoken, in mijn rug. En wat gaf dat – zelfs op zoveel afstand en op zo’n hoogte – een ongekende kracht!

En na lang – hoelang? – lopen, zag ik de eerste lichtstreep aan de horizon en maakte mijn hart een sprongetje. Het zou echter nog anderhalf uur duren (bleek later), voordat de gids me wees op een hoger gelegen punt: “That is Stella Point, we are almost there!” Stella Point is het laatste punt voor Uhuru Peak, gelegen op 5756 meter, zo’n 200 meter onder de top.
De zonsopgang heb ik niet echt meegekregen. Maar het steeds lichter worden, het kunnen zien waar ik liep, het besef dat ik al zover was, voelde groots! De echte laatste 200 meter op weg naar de top liep ik met één van mijn maatjes die nauwelijks meer de ene voet voor de ander kon zetten, voetje voor voetje, aanmoedigingen roepend en zelf aangemoedigd worden door mensen die terugkeerden van de top. Onbeschrijflijke meters.

En dan is daar de vlakte, het uitzicht, de gletsjer. En hét bord. En dan is daar de schreeuw vanuit mijn tenen en 5 minuten heftig snikken, gecombineerd met een brede lach en een onoverwinnelijk gevoel. Ik stond er, ik stond op het dak van Afrika!!
Alles schiet op zo’n moment als een flits door je heen: het afgelopen jaar, de afgelopen 5 maanden, de afgelopen week, het doel waar je daar voor staat, de keuzes die je hebt gemaakt. Een gevoel dat in mijn leven waarschijnlijk nooit meer geëvenaard zal worden, zo intens..

Het was een gevoel dat me gedurende de stevige afdaling van anderhalve dag en de dagen daarna niet meer losliet. En wat was de terugkeer bij de lodge, het zwembad en de douche een ongekende zaligheid.. En wat volgde was een geweldige avond met elkaar, met stralende gezichten en een onoverwinnelijk gevoel.
En dat gevoel werkt – nu een week na terugkeer – nog steeds volop door in mijn hart, hoofd en lijf.

En wat is het dan gaaf te bedenken dat je met deze klim een bedrag bij elkaar hebt gekregen om maar liefst 157 oorlogskinderen een eerste duw in de rug te geven op weg naar een nieuw leven, een nieuwe toekomst. Ook zij kunnen aan hun beklimming beginnen. Zij gaan eenzelfde soort proces aan, hoewel hun klim in zwaarte niet te vergelijken is met die van ons. Maar ook zij gaan op weg, onderweg begeleid door een geweldig team van War Child, op weg naar het onbekende, ook zij mogen zijn wie ze zijn, met elkaar, stap voor stap op weg naar de top. Op weg naar de Vrijheid.

Drie woorden die vlak voor mijn vertrek tegen me zijn gezegd, klinken nog steeds door in mijn hoofd: “Don’t fight it”.
Want als er één ding is dat ik geleerd heb op deze berg is het, dat je – hoe moeilijk of spannend ook -, aan kunt gaan wat voor je ligt. Don’t fight it. Maar ga. Begin. Zet stap voor stap. En je komt op ongekende hoogtes waarvan je niet wist dat je het kon bereiken.

En de wetenschap dat dit nu ook mogelijk gemaakt wordt voor een grote groep oorlogskinderen, in combinatie met de ervaring van deze waanzinnige onvergetelijke reis en persoonlijke overwinning, maken me een ongekend rijk mens.

Voor meer beelden van de klim, vind je hier de link naar een impressie.

14 gedachtes over “Het dak van Afrika, deel 1

  1. Heel erg indrukwekkend, Annemieke. Prachtig en meeslepend beschreven. En natuurlijk een geweldige prestatie!

  2. Lieve Hans en Sylvia, dank jullie wel.. Het voelt heerlijk om de mogelijkheid te hebben dit te kunnen delen, dus zó graag gedaan! Dank voor jullie warme medeleven! Lieve groet, Annemieke

  3. Dank je wel Margriet! Fijn om dat van een kenner te horen 🙂 Het was echt een avontuur voor het leven, in zoveel opzichten!

  4. Dank je wel Nellie! Wat een geweldig avontuur hebben we toch beleefd hè? En delen mag uiteraard! Veel liefs en succes met weer landen..

  5. Allereerst super-super-supergeweldig dat je het hebt gehaald Annemieke!!!!
    En wat mooi beschreven, ik word er weer helemaal warm van. Geniet maar van je overwinning! xxx Gerdien

  6. Wat een TOP prestatie! Gefeliciteerd. Het is voor het eerst dat ik in het verslag van een klimmer oprechte waardering voor de dragers en gidsen lees. <3 Mooi <3

  7. Wat een indrukwekkende prestatie en zo boeiend beschreven. Alsof ik met je meeliep… Gefeliciteerd met het bereiken van de top. En met het prachtige bedrag voor warchild!

  8. Lieve Gerdien, dank je wel! Ik ben ook zo blij dat ik het hele proces – tot aan de top – heb mogen meemaken, zo bijzonder! Maar daar weet jij als bergbeklimmer alles van.. Wat fijn te lezen dat je het verhaal zo mooi vindt, daar word ik op mijn beurt weer helemaal warm van 🙂 Genieten doe ik zeker, nog heel lang!
    Veel liefs, Annemieke

  9. Dank je wel Marit, wat leuk dat je reageert! Ja absoluut, zonder onze gidsen, dragers en andere leden van het Afrikaanse team, hadden we de klim niet kunnen doen. Zoals we daar al zeiden: het Afrikaanse Dreamteam. Want dat waren ze!

  10. Wat mooi Hanneke, dank je wel..
    Juist die combinatie geeft zo’n extra dimensie aan het geheel! Ik ben heel dankbaar dat ik hieraan mee heb kunnen doen en het is fijn om erover te kunnen schrijven, om zo anderen ook een beetje mee te nemen. Fijn dat je het zo ervaart?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.